Kenmerken autisme
Autisme kan op heel wisselende manieren tot uiting komen.
Sommige mensen met autisme vertonen het beeld zoals dat in de media getoond wordt. Ze wijzen contact af, wapperen met de handen, zitten naar hun vingers te staren, lopen op de tenen, laten ronde voorwerpen tollen, doen zichzelf pijn, enz. Anderen doen dit allemaal niet en hebben toch de handicap autisme.
Veel voorkomende kenmerken
- Een stoornis van de taalontwikkeling en de communicatie.
Omdat mensen met autisme moeilijk betekenis kunnen geven aan wat ze horen en zien, hebben ze grote problemen met communicatie.
Bij velen verloopt de spraakontwikkeling vertraagd. Personen met autisme die praten doen dat op een eigenaardige manier. Ze herhalen letterlijk woorden of flarden van zinnen (echolalie), gebruiken onbestaande woorden, spreken op vreemde toonhoogten.
Zelfs de groep normaal begaafde mensen met autisme die op het eerste gezicht normaal spreken, blijven een gebrek aan inzicht houden hoe de taal gebruikt kan worden om tot echte samenspraak met een ander te komen. Het gebruik van de lichaamstaal en het herkennen van gelaatsuitdrukkingen en gebaren, geeft vele moeilijkheden.
- Een stoornis in het ontwikkelen van sociale relaties.
Omdat mensen met autisme moeite hebben met het betekenis geven aan gedragingen, ondervinden ze problemen in de omgang met anderen. Sommigen lijken onverschillig voor mensen en weren contact af. Anderen zijn sociaal erg passief, nemen zelf geen initiatief om anderen te benaderen, maar reageren wel als iemand anders de eerste stap zet. Een derde groep zoekt juist heel actief contact, maar op een vreemde manier en met zo weinig inzicht in de regels van het sociale spel dat het vaak niet tot een echte blijvende wederkerige relatie kan komen.
- Gebrek aan verbeelding met als gevolg rituelen, dwangmatig vasthouden aan routines en gebrek aan inlevingsvermogen.
Omdat mensen met autisme moeite hebben met begrijpen van wat er rondom hen gebeurt, zoeken ze veiligheid in zaken waarmee ze vertrouwd zijn. Ze proberen de wereld onveranderlijk te houden door handelingen te herhalen of zich steeds opnieuw met beperkte interesses bezig te houden. Dit kan zich uiten in het uitvoeren van telkens dezelfde rituelen zoals: met de handen flapperen, erg gehecht zijn aan een bepaald voorwerp of een specifieke ordening van de omgeving, steeds opnieuw praten over hetzelfde onderwerp. Veranderingen in deze rituelen kunnen paniek of woedeaanvallen veroorzaken. Hun spel is eerder repetitief en stereotiep in plaats van gevarieerd.
- Een vreemd gebruik van zintuigen.
Mensen met autisme reageren vaak eigenaardig op wat ze horen, zien, ruiken, proeven en voelen. Ze kunnen angstig worden van bepaalde geluiden en beelden die ze dan vermijden of ze kunnen gefascineerd zijn door sommige zintuiglijke gewaarwordingen zodat ze die juist gaan opzoeken. Soms is er echter helemaal geen reactie op sterke prikkels, zoals een krachtig geluid of een pijngevoel.
- Ongelijkmatig patroon van vaardigheden.
Mensen met een mentale handicap scoren op alle vlakken lager dan normaal begaafde personen. Mensen met autisme ontwikkelen dan weer ongelijkmatig. Terwijl ze op sommige vlakken laag scoren, kunnen andere vaardigheden juist zeer goed ontwikkeld zijn: “splintervaardigheden” of “eilandjes van intelligentie”. Dit is echter geen kenmerk dat bij alle mensen met autisme voorkomt, en is vooral het gevolg van het zich verdiepen in de eigen interesses.
|